Basisschool kiezen voor je kind: Waar moet je op letten?

Wat kan het lastig zijn, het vinden van de juiste basisschool voor je kind. Een plek waar je kind in ieder geval de komende acht jaar zal doorbrengen. Wat zijn de opties? Waar moet je op letten? Welke vragen mag je niet vergeten te stellen tijdens een rondleiding? Ik help je op weg.

Om een juiste keus te kunnen maken moet je, om te beginnen, weten voor welk soort onderwijs je gaat. Wat de opties zijn, de verschillen en overeenkomsten? Naast het reguliere openbare onderwijs en onderwijs in de vorm van geloof, zijn er een aantal bijzondere scholen die volgens een bepaalde methode werken.

Dalton

Beinvloeding bedacht door Helen Parkhurst is vooral flexibel en niet voorschrijvend. Keuzevrijheid, samenwerking en zelfstandigheid aangepast aan het niveau van het kind staan centraal. Het kind krijgt de gelegenheid om samen met de klasgenoten om te gaan, rekening houden met elkaar en zich verantwoordelijk te voelen voor het geheel. Eigenlijk werkt Dalton plan als een soort scholengemeenschap.

Freinet

De Franse onderwijzer en pedagoog Celestin Freinet wilde de kinderen vooral motiveren. In plaats van opnemen van informatie bedacht door anderen, doet het kind zelf ervaring op. Door op een democratische wijze respectvol met elkaar om te gaan, leert het kind vertrouwen in zichzelf te hebben. Het kind leert door de ervaringen van anderen, maar ook door te experimenten, ontdekken en handelen.
De leerkrachten trekken er vaak op uit met de kinderen om te leren ‘in het echte’ leven.
Het kind leert tijd te overzien, keuzes te maken en verantwoordelijkheid te voelen voor het gepland werk.

Jenaplan

Duitse pedagoog Peter Petersen is de grondlegger van deze methode. Kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar, ook wel stamgroepen genoemd, leren door mee te doen aan de zogenaamde basisactiviteiten, namelijk (samen)werken, (samen)praten, (samen)spelen en (samen) vieren. Ervaringsgericht leren, samen leven en wereldorientatie staan centraal.

Montessori

Maria Montessori, ook wel bekend als de vrijheidspedagoge, wilde de kinderen een omgeving geven vol inspiratie, waarin zij zelf mogen bepalen wat zij willen doen en hoe lang ze ermee bezig willen zijn. ‘Help mij het zelf te doen’. Op een Montessorischool worden er geen cijferrapporten gegeven. Waarom? Omdat het kind zelf de maat van zijn eigen presenteren is. Het stimuleren van de individuele ontwikkeling van het kind en het kind helpen opgroeien tot een sociaal verantwoordelijk mens, staat centraal.
De leerkrachten die les geven, hebben niet alleen hun lerarendiploma op zak, maar ook een Montessoridiploma.

Vrijeschool

Rudolf Steiner, de grondlegger van antroposofie, heeft de vrije school in het leven geroepen. Zijn inzichten over hart, hoofd en handen vormen de grondslag van het pedagogisch handelen. De vrije scholen in Nederland worden niet vanuit de overheid bestuurd. De naam slaat op twee dingen, daar is vrijheid van onderwijs een van. De andere is ‘de kinderen opvoeden tot vrije mensen’. De lessen worden over het algemeen, op een beeldende wijze, klassikaal gegeven. Meestal is er een breed aanbod aan vakken. Naast taal, lezen, schrijven en rekenen, krijgen de kinderen bijvoorbeeld ook vreemde talen, toneelspelen, schilderen en zingen. Waarom? Zodat het kind zichzelf leert kennen maar ook later van alle markten thuis is.


Eenmaal een keus gemaakt, zijn er nog meer aspecten die een belangrijke rol spelen bij het nemen van de beslissing.

Afstand en onderweg

Hoe ver is de school? Hoeveel tijd heb je ’s ochtends nodig om er te komen?
Hoe druk/veilig is het onderweg naar school? (Vooruitkijkend als het kind zelfstandig naar school en terug kan)

Indruk van de school

Spreekt het gebouw je aan? Vind je het er uitnodigend uitzien? Mocht je kleine meegaan, hoe reageert hij/zij?
Wat is je indruk van het plein?
Hoe word je ontvangen?
Zien de gangen en klaslokalen er geordend, netjes en schoon uit?
Wat voor een sfeer hangt er?
Hoe gaat men met elkaar om?
Wat valt je op qua kledingstijl?
Hoe komen de directeur, leerkrachten en andere volwassenen op je over?

Vragen die je kunt stellen tijdens de kennismaking

Hoe worden de kinderen getoetst?
Wat wordt er aan creatieve vakken gedaan?
Hoe wordt er omgegaan met achterstand/snelle leerlingen/beelddenkers/hoogbegaafde kinderen?
Wat wordt er van de ouders verwacht? Wat voor een betrokkenheid wordt er van de ouders verwacht?
Is er een pestprotocol aanwezig?
Hoe groot zijn de klassen? Hoe is de combinatie jongens/meisjes?
Zijn er ook fulltime leerkrachten of alleen part-time leraren aanwezig?
Hoe realistisch is het beeld dat je nu ziet met het moment wanneer je kind er op school zit?
Welke veranderingen worden er verwacht?
Is er een wachtlijst?

Tip!

Zorg ervoor dat je de site van de school goed doorneemt voor het gesprek. Veel belangrijke vragen worden hierin al beantwoord. Denk hierbij aan de ouderbijdrage, score cito-toets en schooltijden. Neem ook een kritische kijk op het onderwijsinspectierapport. Schrijf ook je vragen op. Zo is de kans kleiner dat je tijdens het gesprek iets vergeet.

Wat je nog meer kan doen

Ga een keer kijken als de school uitgaat. Wat voor een sfeer hangt er? Ken je ouders die je wellicht naar ervaring kan vragen?

Bezoek altijd minstens twee scholen. Geen enkele school is hetzelfde. Het is fijn een vergelijking te kunnen maken.

Ik hoop oprecht dat je hier wat aan hebt.
P.S.: Tips voor middelbare school vindt je hier.

Heb jij nog tips die je wilt delen?

MamaPlaneet nu ook te volgen op Bloglovin

1 gedachte over “Basisschool kiezen voor je kind: Waar moet je op letten?

  1. Mijn belangrijkste tip is kiezen voor een buurtschool. Dat maakt de logistiek veel simpeler, en je kind kan makkelijk afspreken met vriendjes. Zelf koos ik in eerste instantie voor de leuke school, maar ben vervolgens overgestapt naar de buurtschool omdat dit het leven een stuk eenvoudiger maakte.

Geef een reactie